Het begon met mokken. Toen met schreeuwen. Toen met deuren die zo hard dichtgingen dat de muur ervan trilde en dat ene schilderijtje in de gang weer scheef hing. En op een avond stond ik tegenover mijn eigen kind en schoot er één gedachte door mijn hoofd die ik nog nooit eerder had gehad: ik ben bang.
Ik praat hier niet over. Niet op het schoolplein. Niet bij de huisarts, want wat zeg ik dan? "Dokter, mijn vijftienjarige maakt me bang"? Het klinkt absurd. Het voelt absurd. En toch is het precies wat er aan de hand is.
Mijn kind was vier en tekende hartjes. Mijn kind was acht en wilde naast me zitten in de auto. Mijn kind was twaalf en het was lastig. En nu is ze 15. Nu is het eng.
Wij krijgen berichten die rauw zijn. Zo rauw dat we even moeten stoppen met lezen. Een moeder die schrijft: "Hij duwde me gisteren opzij toen ik in de deuropening stond." Een vader die zegt: "Ze dreigt ermee om weg te lopen en ik geloof haar." Ouders die 's nachts wakker liggen en zich afvragen hoe dit in godsnaam zover heeft kunnen komen. "We geloven niet dat dit onze situatie is. Maar toch is het zo."
Hoe dit zover komt? Geleidelijk. Eerst worden de discussies feller. Je tiener schreeuwt vaker. Jij trouwens ook, en dat vind je verschrikkelijk van jezelf maar je doet het toch. Dan stopt je tiener met zich aan afspraken te houden en jij stopt met handhaven, want het levert toch alleen maar oorlog op en je hebt de energie niet meer. En dan, zo langzaam dat je het amper merkt, draaien de rollen om. Je tiener bepaalt. Jij past aan. Omdat het makkelijker is dan weer zo'n avond.
Wij zien bijna altijd hetzelfde: ouders die het goed bedoelen en steeds harder sturen. En een tiener die steeds harder terugduwt. Het is een dans en jullie kennen allebei maar één stap. En zo escaleert het. Omdat niemand weet hoe het anders moet.
Het is een dans en jullie kennen allebei maar één stap.
Soms speelt er meer. Een scheiding die nooit verwerkt is. Een ouder die zelf is opgegroeid met "je doet wat ik zeg." De tiener is dan bijna nooit de oorzaak. Hij is degene die het als eerste laat zien. En omdat hij het het hardst laat zien, krijgt hij het hardst de schuld. Terwijl hij eigenlijk de thermometer is.
Als je dit leest en denkt "hier zit ik" of "hier wil ik absoluut niet komen": neem jezelf serieus. Als je 's avonds denkt "dit kan zo niet langer," dan klopt dat gevoel. Niet wegkijken. Ga het niet normaliseren. Niet tegen jezelf zeggen dat het een fase is en dat het wel overgaat, want soms gaat het niet over. Zoek steun. Dat voelt als falen. Maar het is het sterkste wat je kunt doen.
Wat wij steeds vaker zien: ouders die bij ons meedoen terwijl ze maanden op de wachtlijst staan bij jeugdzorg. Maanden. Ze wachten op hulp die niet komt en ondertussen escaleert het thuis verder. Die vertellen ons keer op keer: "Wat jullie leren is precies wat we uiteindelijk ook bij de hulpverlening horen. Maar dan zonder zes maanden wachten." Verbindend gezag. Grenzen stellen vanuit kracht. Begrijpen wat er onder het gedrag zit. Het zijn dezelfde principes.
In de Ultieme Pubercursus werken we hier in zestien weken aan. Want hoe eerder je begint, hoe minder ver die schaal hoeft te verschuiven. En misschien merk je op een ochtend dat dat schilderijtje in de gang al een tijdje recht hangt.